Jean FRANCOIS PORCHEZ — un homme de caractère(s)

Jean François PORCHEZ (Photo © Catapult)

“Le créateur de caractères typographiques est comme le chef d'orchestre. Il crée toujours des variations sur un thème que d'autres ont utilisé avant lui. À cette différence près que le meilleur travail est celui qui ne se remarque pas.”

— Jean François PORCHEZ

Life

Jean François Porchez (° 1964) interesseert zich tijdens zijn opleiding grafische vormgeving voor typografie | 1991-1994 Werkt als ontwerper en typografisch adviseur bij het gerenommeerde designbureau Dragon Rouge in Parijs | 1994 Ontwerpt een nieuw lettertype voor de kwaliteitskrant Le Monde | 1995 Richt een eigen verkoopkanaal op voor zijn letters: www.typofonderie.com | 1996 Tekent de nieuwe lettertypes voor de metro van Parijs | Werkt voor klanten als Peugeot, Costa Crocerie, France Télécom, Baltimore Sun, Beyoncé Knowles en Renault

Meer dan letters

Jean François Porchez is voorzitter van ATypI, de Association Typographique Internationale. Hij geeft regelmatig lezingen, doceert als ‘visiting professor’ typografie aan de Reading University in het VK en leidt typografieworkshops in heel de wereld. In 1998 gaf hij Les Lettres Françaises uit, een boek waarin de meeste hedendaagse Franse lettertypes worden voorgesteld. In 2003 lanceerde hij samen met enkele collega’s een informatieve website over Franse typografie: www.typographe.com. In opdracht van het Franse ministerie van Onderwijs was hij in 2001 voorzitter van de jury die een nieuw schriftsysteem voor het Frans moest kiezen. Hij was lid van de jury van de 3de Linotype Type Design Contest (1999) en van de Type Directors Club ‘2’ 2005.

Prijzen

1990 Morisawa Award for Angie | 1993 Morisawa Award for Apolline | 1998 Prix Charles Peignot | 2000 Certificate of Excellence in Type Design at TDC2, Type Directors Club’s Type Design Competition | 2001 Bukva:raz! international competition

Letters
Alpha Poste | Ambroise | Ambroise François | Ambroise Firmin | Angie | Angie Sans | Anisette | Anisette Petite | Apolline | Bienvenue | Charente | Costa | Costa PTF (open type) | Deréon | Le Monde | Le Monde Courrier | Le Monde Journal | Le Monde Journal Ipa | Le Monde Livre | Le Monde Livre classic | Le Monde Sans | Lion | Marianne | Mencken | Parisine | Parisine Office | Parisine Plus | Renault Identité | Sabon Next | Sitaline

Anisette
Gecreëerd in de geest van de retroposters van de jaren 30, is Anisette een letterpolis in hoofdletters, die kleinkapitalen gebruikt voor de onderkastletters en kapitalen voor de bovenkastletters. Anisette kenmerkt zich door een sterke Art Déco-invloed en werd in 1996 ontworpen op basis van een creatie van de Franse lettergieters Deberny en Peignot uit de jaren 30, Banjo genoemd. Dit lettertype wordt voorgesteld in zes verschillende gewichten met ligaturen.

Anisette Petite
Op verzoek van menig gebruiker werden kleine letters toegevoegd aan Anisette. Ze hebben de soberheid van de geometrische lettertypes maar zijn dynamisch in de spanning van de curven. Een aantal onvolmaaktheden, zoals de r, de l en de zo bijzondere g, maken de Petite heel origineel.

Ambroise
Ambroise is een eigentijdse interpretatie van bepaalde late Didotlettertypes, ontworpen omstreeks 1830. De originele vorm van de g, y, &, en in mindere mate de k, is terug te vinden op de sempels van Vibert, in die tijd de vaste graveerder van de Didots. Aan de basis van het ontwerp van deze familie lag Black, waarvan de bronnen het zekerste waren. In de tweede helft van de 19de eeuw was het niettemin gewoon om Didotlettertypes van verschillende diktes te vinden in de catalogi van de Franse lettergieters. Diezelfde lettertypes bleven voortbestaan tot de teloorgang van de grote Franse lettergieterijen in de jaren 60.
Elke dikte is genoemd naar één van de leden van de Didots, een illustere familie van lettergieters en drukkers. De strakke variant heet Ambroise Firmin, de extra strakke variant Ambroise François.

Apolline
Voor Apolline werkte Jean François Porchez hoofdzakelijk op de horizontale lijn. De oorspronkelijke ontwerpen waren heel klein. Ze werden eerst uitgevoerd op overtrekpapier en daarna gedigitaliseerd in grotere afmetingen. De asymmetrische schreefletters versterken het ritme van het schrift. In 1995 breidde Porchez de Apollinefamilie uit met kleinkapitalen, lettertypes in oude stijl en een veelheid aan ligaturen en diverse sierelementen. In 1993 ontving Jean François Porchez voor Apolline 2.0 de Morisawa-prijs in Japan.

Deréon
Jean François Porchez creëerde de Deréonfamilie in 2005 in opdracht van Beyoncé (& Tina) Knowles voor de lancering van haar kledingmerk House of Deréon. Aanvankelijk gebruikte de artistiek directeur van AR Media Caledonia. Jean François Porchez wilde enkele banden met dit innoverende lettertype van W. A. Dwiggins (1880-1956) behouden. Caledonia kan worden beschouwd als een soort expressievere, vitale versie van de Schotse Didones, gegraveerd door Bulmer en Martin rond 1790.
Voor Deréon accentueerde Porchez het aanvankelijke concept van Dwiggins met een heel zuivere interpretatie van de letterogen. Zo is in veel binnenvormen een heel duidelijke hoek aanwezig, met het oog op een globaal gezien dynamischer en scherper design voor de meest courante gebruiksvormen van de lettertypes, het titelen. Deréon is niets meer dan een allusie op het werk van Dwiggins, want de familie heeft driehoekige schreven (die niets weg hebben van Didone) en andere onderscheidende effecten, ontworpen in antwoord op de vereisten van het House of Deréon merk-concept.
De muziek van Beyoncé was eveneens een belangrijk element bij de creatie van dit lettertype, in die zin dat ze een wijze mengeling is van de soul en R‘n‘;B van de jaren 70, en meer eigentijdse rap en hiphopeffecten. Om deze analyse visueel weer te geven, combineerde Jean François Porchez ronde en romantische vormen, zoals ronde afwerkingen en sierletters (een verwijzing naar de soul), met scherpere en hoekigere vormen, zoals hierboven beschreven (als verwijzing naar de hiphop en de muziek, ontworpen met behulp van de nieuwe technologieën). Het resultaat is een lettertype met veelzijdige effecten.

Mencken Head
Jean François Porchez creëerde de Menckenfamilie in 2005 voor de Baltimore Sun. De naam van dit lettertype is een eerbetoon aan H. L. Mencken en zijn verdiensten voor de Sun. Volgens de London Daily Mail bekommerde H. L. Mencken zich zelfs om de typografie en stelde voor om een (naar rechts hellende) Ironique-variant in de lettertypefamilie op te nemen, met de opmerking dat de Amerikaanse lezers de ironische passages in teksten niet begrijpen.
Mencken wordt beschouwd als een heel gemakkelijk te lezen lettertype en een grote verbetering ten opzichte van zijn voorganger. In een online leestest verkoos 75% van de testpersonen Mencken tegenover de voorgaande families. De Menckenfamilie bevat verschillende varianten, elk speciaal ontworpen om aan een specifieke vereiste te voldoen. Mencken Head (en zijn smallere varianten) is een contrastrijk lettertype, ontworpen in Didonestijl (een Franse letterstijl, typisch voor het eind van de 18de eeuw), die de laatste tijd niet erg gebruikelijk is in de Amerikaanse kranten. Het doel was een uniek, goed leesbaar en eenvoudig lettertype te ontwerpen.

Le Monde Journal
Deze familie werd in 1994 ontworpen als exclusief lettertype voor de Franse krant
Le Monde. Le Monde Journal is het basistype voor de hele familie. Het is per definitie bestemd voor de pers en voor gebruik in kleine korpsen. De font lijkt op de Times, maar is opener. Het lezen wordt gemakkelijker, minder hortend. De binnenvormen van de tekens zijn breder, ‘alsof er binnenin licht schijnt’. Om problemen te voorkomen bij het drukken, contrasteert het vet expliciet met romein. Het halfvet is dan weer meer geschikt voor titels of voor verzorgde uitgaven.

Le Monde Livre
Tot de komst van de fotocompositie had elk korps een specifiek design. Le Monde Livre, een verwante van Le Monde Journal, herstelt deze praktijk. Deze laatste werd specifiek ontworpen voor gebruik in kleine korpsen (minder dan punt 10). Le Monde Livre is dan weer veel beter geschikt voor courante werken (meer dan punt 10), van boeken tot affiches. Bovendien heeft het cursief van Le Monde Livre vergeleken met het cursief van Le Monde Journal een totaal nieuw design, dat aansluit op de originele cursiefvormen uit de Renaissance.

Le Monde Livre Classic
Deze familie is een uitbreiding van Le Monde Livre en contrasteert door haar vormen met historische verwijzingen en haar talrijke ligaturen en varianten. Cursief combineert twee versieringsniveaus, standaard en krul.
Le Monde Livre Classic omvat romein, kleinkapitalen, cursief, vet en ornamenten.

Le Monde Courrier
Vandaag, en sinds de komst van de micro-informatica, worden de meeste professionele brieven opgesteld in typografische tekens van hoge kwaliteit. De schrijfmachines en de lettertypes van de schrijfmachines zijn antiquiteiten geworden. Een brief, opgesteld in Times of in Helvetica en afgedrukt met een laserprinter van 300/600 dpi, is van zo‘n hoge kwaliteit dat hij niet meer te onderscheiden valt van een document dat in offset wordt gedrukt. Brieven die zo worden opgesteld, ogen te institutioneel. Le Monde Courrier probeert de nuance tussen handschrift en druk te herstellen. Hij geeft aan de brief het informele karakter van de ‘schrijfmachinelettertypes’. Op dezelfde manier, en gezien zijn technische eigenschappen, is hij bijzonder geschikt voor fax, memo‘s en afdrukken met lage resolutie.

Le Monde Sans
Le Monde Sans is de lineaire versie en een afleiding van de versies met schreven. Vandaag is zoiets heel gebruikelijk. Net zoals het cursief vroeger, verrijkt dit type variaties de typografische mogelijkheden en maakt het mogelijk om het statuut van elke tekst te differentiëren—fundamenteel in hedendaagse documenten en de pers, waar de commentaren en analyses op een subtiele manier moeten worden onderscheiden van de informatie zelf.
Het ontwerp van Le Monde Sans herneemt de basisstructuur, die gemeenschappelijk is voor alle leden van de Le Mondefamilie: proporties, een relatief krappe dikte, een minder nadrukkelijke schuine hoofdlijn, enz. De typograaf kan te allen tijde en zonder de compositie van de tekst al te ingrijpend te wijzigen, de versies Sans, Journal en Courrier afwisselen.

Parisine
Parisine, aanvankelijk ontworpen in twee series, wordt sinds 1996 gebruikt voor de bewegwijzering in de Parijse metro. Het lettertype werd speciaal ontwikkeld om de leesbaarheid te verhogen en de ruimte optimaal te benutten. In 1999 werd deze familie herzien en uitgebreid voor het Parijse vervoersnet (RATP). Parisine werd verdeeld in vier verschillende groepen (Clair, Standard, Caps, Sombre) omwille van de compatibiliteit tussen Mac/Os en Windows.

Parisine Plus
Deze versie is afgeleid van Parisine en stelt lettervormen voor die opzettelijk vreemder ogen. Bovendien bevat deze afgeleide vorm onderkastcijfers, varianten en ligaturen ter vervanging van de wiskundige tekens uit de basisversie van Parisine.

Sabon Next LT
Het ontwerp van Linotype Sabon Next was een dubbele uitdaging: enerzijds de eigen wens van Jan Tschicholds voor de originele Sabon onderscheiden en anderzijds de complexiteit interpreteren van een ontwerp dat oorspronkelijk in twee versies was gemaakt voor gebruik in verschillende systemen. De eerste werd ontworpen voor Linotype- en Monotypesystemen. De tweede versie van Sabon werd ontworpen voor Stempel en lijkt dichter aan te leunen bij een pure interpretatie van Garamond, zonder al te veel beperkingen. Porchez baseerde zich voor Linotype Sabon Next natuurlijk op deze tweede versie en verwees ook naar de originele Garamondmodellen, waarbij hij de proporties van de bestaande digitale Sabon zorgvuldig verbeterde en de uitlijningen deed overeenstemmen.
Samen met enkele andere lettertypes behoort Sabon Next tot de Linotype Platinum Collectie. Deze lettertypes werden zorgvuldig gedigitaliseerd en bieden de hoge kwaliteit, vereist door de professionele typografie. Alle lettertypes van de Platinum Collectie werden geproduceerd volgens de Linotypekwaliteitstraditie.

INTERVIEW
Jean François PORCHEZ: «De Franse traditie voortzetten»


Met een diep respect voor zijn voorgangers, ontwerpt Jean François Porchez lettertypes die de rijkdom van de hedendaagse typografie buitengewoon goed illustreren. Wat zegt hij er zelf over?

In de lente van 2005 vulde de galerij van Catapult zich met letters van Gerard Unger. Waar plaatst u zichzelf tegenover uw Nederlandse collega? Creëert u meer revivals?
Wat zijn revivals eigenlijk? Ik deed eens mee aan een wedstrijd, met Ambroise, en kruiste het vakje «revival» aan. Maar volgens de jury was dat geen revival, het was een interpretatie ...
Wat vaststaat, is dat Unger als auteur op zoek is naar het absolute, naar de ultieme creatie. Hoe meer hij vordert in zijn werk, hoe meer zijn lettertypes op elkaar lijken. Volgens mij is dat omdat hij de perfectie op een haar na benadert. In zijn letters zie ik een heel harde en pure granietberg. Want zo is steen: het is er al sinds honderden jaren en beweegt niet.

Zit er in uw letters meer beweging?
Ik beschouw Unger als een Frutiger-type: beiden zijn heel herkenbaar. Unger is Unger en Frutiger is Frutiger. Je weet wat je er aan hebt: de spanning van de curven, de vormen & Mezelf zie ik eerder als een Matthew Carter-type: gebonden aan de geschiedenis en tegelijk pragmatisch in het geven van antwoorden, want ik moet me aan onderling erg verschillende situaties aanpassen.

U krijgt soms het etiket van «frivole typograaf» opgeplakt. Stoort het woord «frivool» u niet?
Neen, helemaal niet, op voorwaarde dat frivool synoniem staat voor spel en plezier. Dat is niet hetzelfde als lichtzinnigheid. Ik doe de dingen niet op een lichtzinnige manier, ik bestudeer mijn onderwerpen heel grondig, zelfs als ze soms frivool lijken, zoals de opdrachten voor Beyoncé Knowles.

Aan de creatie van welk lettertype hebt u het meeste plezier beleefd?
Het is altijd het laatste. Momenteel is dat dus Mencken, dat in oktober laatst werd gelanceerd voor de Baltimore Sun. Naarmate de tijd verstrijkt, begin je de gebreken te zien in een lettertype, wat nog niet betekent dat je het verwerpt. Hoe ouder een lettertype is, hoe lelijker ik het vind, want ik evolueer constant. Het is net als wanneer je naar oude foto«s kijkt.

Wordt het creatieproces beïnvloed door de moedertaal van de ontwerper, in uw geval, het Frans?
Ook al ben ik een pragmatische ontwerper, die zo goed mogelijk de schijnwerpers op het onderwerp richt, toch blijf ik een auteur. Mijn creaties zijn een weerspiegeling van mijn cultuur en mijn cultuur is specifiek Frans. Ik probeer zo veel mogelijk mezelf te zijn en dus cultureel integer. Uiteraard word ik beïnvloed door mijn vakgenoten, maar bij het ontwerpen van letters probeer ik me zo veel mogelijk te baseren op de Franse typografische bronnen. Sabon is een eerbetoon aan Garamond, Anisette is een eerbetoon aan Cassandre. Ik vind het belangrijk een begonnen werk voort te zetten.
Of de creatie van lettertypes verbonden is met de taal? Met een lettertype kan je alle talen componeren. In die zin is de typografie universeel. Maar tegelijkertijd wordt ze beïnvloed door de taal en de persoonlijkheid van de ontwerper. Toen de grote, Duitse typograaf Herman Zapf de ontwerpen maakte voor Optima en Palatino, droomde hij in het Duits, niet in het Frans of het Spaans. Wanneer ik van een letter droom, doe ik dat in het Frans. Ik maak mijn eerste tekstcomposities eerder in het Frans, ik pak Franse woorden, zonder er zelfs over na te denken. De letters die ik teken, zijn waarschijnlijk in een grotere harmonie met mijn moedertaal dan met andere talen. Het is een harmonie van kleuren. Het Duits, bijvoorbeeld, is een taal met veel complexe letters, zoals de w, de twee s«en... De manier waarop de letters na elkaar worden gecombineerd, maakt dat je een tamelijk statisch en sober lettertype nodig hebt, omdat de taal zelf erg rijk is aan complexe vormen.

En het Frans?
Op het niveau van de geschreven letters is het eerder een «platte» taal. Er zijn veel identieke letters, die elkaar opvolgen. Dat schept een ietwat saai grijs. Wanneer je letters creëert in het Frans, heb je zin om iets heel levendigs te doen om de tekst meer schwung te geven. Pas je hetzelfde systeem toe in het Duits, dan beweegt het in alle richtingen. Maar dat betekent niet dat de letters, die ik ontwerp, niet bruikbaar zijn in het Nederlands of het Engels. Het ligt heel gevoelig, daarom heb ik het over harmonie en niet over aanpassing. Zo kreeg ik een e-mail van een van mijn gebruikers van Le Monde Livre, een Zweed. Hij vertelde me dat er in het Zweeds lettercombinaties zijn die er verschrikkelijk uitzien. Ik had tests gedaan met twee gelijke letters naast elkaar, maar het Zweeds kent samengestelde woorden waar drie gelijke letters elkaar opvolgen. Het bewijst dat de creatie van letters cultureel en taalgebonden is. Het bewijst ook dat je van letters in een bepaalde taal droomt.

Zal een Italiaanse graficus kiezen voor Bodoni of Ambroise?
Bodoni is waarschijnlijk Italiaanser dan Ambroise. Er is één probleem: van Ambroise bestaat er maar één versie, terwijl van Bodoni tientallen versies in omloop zijn. Hetzelfde gebeurt met Sabon. Ik heb tekeningen gezien van Sabon, gemaakt op verschillende data en vaak door verschillende personen. Je ziet dat iemand een letter opnieuw tekende, maar niet alle letters tegelijk bekeek. Die persoon heeft niet gecontroleerd of de aanpassing in harmonie was met de andere letters. De logica is gewoon die van de overdruk. Het Sabontype dat ik heb bewerkt, ligt veel dichter bij een Franse Garamond dan bij een Garamond bewerkt door Robert Slimbach. Voor Jan Tschichold is het tekstgrijs fundamenteel. Slimbach daarentegen laat zich beïnvloeden door de Italiaanse typografie, met een sterke tendens naar de horizontaliteit.

Wat heeft een ontwerper van lettertypes gemeen met de dirigent van een orkest?
Net als de dirigent is hij minder kunstenaar dan vertolker. Hij moet de geschiedenis respecteren en de problematiek, die aan het onderwerp vastzit. Elk project is een pragmatisch antwoord op een probleem van de klant. Moeilijk te zeggen dat je jezelf eerder Frans voelt of wat dan ook... We ondergaan allemaal heel uiteenlopende invloeden.

Hebt u de ambitie de grote Franse traditie te vernieuwen?
Of ik de ambitie heb te vernieuwen? Vraag dat aan mijn kinderen en mijn kleinkinderen als ik er niet meer ben. Dat moet je niet aan mij vragen (lacht). Laten we het eerder hebben over de hoogtepunten en laagtepunten van die Franse traditie. De laatste Franse lettergieterij, Deberny en Peignot, is verdwenen in de jaren 70. Het was een aanzienlijk verlies, want een plaatselijk bedrijf schept werk voor typografen. Vanaf het begin van de jaren 60 tot de komst van de computers zaten heel veel letterontwerpers zonder werk.
In de jaren 70 deed de scheiding zich voor tussen lettertypes en design, dat op dat moment een volwaardig element werd. Denk bijvoorbeeld aan de ITC-letters van Albert Boton en Jean-Renaud Cuaz. Mecanorma leidde tot heel wat creaties in de jaren 1970-1980, wat bewijst dat het helpt als er een plaatselijke industrie bestaat.
In de jaren 80 richtte de Franse regering een werkgroep op. Gelukkig gaven de leden de voorrang aan vorming, eerder dan aan informatie. Het project eindigde in 1985 met de oprichting van het ANCT (Atelier National de Création Typographique). Samen met het Scriptorium in Toulouse, bracht het ANCT jonge ontwerpers in beweging. Mensen als Franck Jalleau en Jean-Renaud Cuaz bewezen dat de traditie aan een opleving bezig was, met ontzettend bekwame ontwerpers.
Omstreeks de jaren 90 zagen de eerste kleine «type design foundries» het daglicht, zoals Sumner Stone. Deze Amerikaanse typograaf deed dingen naar het evenbeeld van de computer. Het design is in zekere zin een weerspiegeling van de technologie, je voelt een heel directe invloed van de computertechnologie op de creaties. Mensen als Matthew Carter en Cherie Cone blijven dan weer letters ontwerpen die niet direct door de computer zijn beïnvloed.

Welke zijn, volgens u, de referenties wat vorming betreft?
In mijn ogen zijn er in Europa drie instellingen waar lettercreatie wordt onderwezen en die echt bekwame mensen opleiden: de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst in Den Haag, de Universiteit van Reading in Engeland en de École Supérieure Estienne in Parijs. Het Scriptorium in Toulouse, dat dit jaar zijn deuren sloot, heeft ook aardig wat mensen opgeleid. Xavier Dupré bijvoorbeeld, een autodidact die vervolgens aan het Scriptorium heeft gestudeerd.

U bent voorzitter van ATypI (Association Typographique Internationale). Hoe ziet deze organisatie de evolutie van de lettertypes in functie van de taalexplosie?
In april volgend jaar vindt in Dubai een van de eerste conferenties plaats over de creatie van Arabische lettertypes. In Zuid-Amerika, waar er decennia lang geen letters gecreëerd werden, stellen we nu een uitzonderlijke explosie vast van lettertypes die sterk verschillen van de niet-Spaanse lettertypes. In Rusland zien we de creatie van cyrillische lettertypes. Die jonge ontwerpers zijn creatiever, meer open, minder stroef dan enkele jaren gelden. Al die vaststellingen tonen aan dat de typografie blijft bewegen en evolueren. Bovendien worden niet-Latijnse lettertekens niet langer als exotisch beschouwd. Vandaag bestaan ze gewoon allemaal.

Interview door Luk Mestdagh in het designbureau Catapult op 13 oktober 2005. Opgetekend door Frederika Hostens, vertaald in het Nederlands door Saskia Hostens.


Links
www.typeansich.be/jeanfrancoisporchez
www.typofonderie.com
www.porchez.com
www.typographe.com www.typographi.com

Type An Sich